zondag 23 maart 2008

Improving the ROI on IT by reducing the cost of learning.



Translation in English will shortly follow

Investeringen in Software (en indirecte investeringen zoals opleiding) hebben geen restwaarde eenmaal het zover komt dat de betreffende software applicatie vervangen moet worden.

Daarom is het belangrijk om:
1. de initiële investeringskost te minimaliseren voor een gegeven scope en kwaliteit.
2. scherp te sturen op de continuïteitsverwachting van de software (levensduur, aanpasbaarheid)

Op beide punten wringt het schoentje ten voeten uit. Vele projecten veroorzaken meer kapitaalvernietiging dan noodzakelijk.

Wat betreft de projectkost of de initiële investeringskost.

Elk project heeft een initiële opstart kost omdat projecten per definitie van tijdelijke en unieke aard zijn. Ik verwijs naar de metafoor van het ontwerpen en bouwen van een fabriek alvorens de fabriek kan gebruikt worden (om ‘software te maken’).

Echt vermijden kan je deze kosten dus niet, maar minimaliseren wel, natuurlijk.

Zonder expliciet beleid voor ‘industrialisatie’ van de software projecten vindt elk projectteam het wiel uit met alle aanvullende leerkosten van dien. De wet van de schaalvoordelen en de leereffecten wordt niet opgepakt overheen projecten. Industrialisatie moet leiden tot minimale opstartkosten en wel op 3 vlakken:
- functioneel / inhoudelijk
- technisch
- planning en controle

Leereffecten op het functioneel inhoudelijk aspect is moeilijk te realiseren omdat een project veelal gericht is op verandering (een uitzondering is de zuivere herbouw).

Leereffecten op technisch en planning&controle vlak kunnen makkelijk gerealiseerd worden door eenzelfde team mensen meer dan 1x met dezelfde technologie en processen te laten werken. Impliciet wordt hier verondersteld dat de IT afdeling zich moet organiseren naar specialisme in bepaalde competenties i.p.v. een organisatie waarbij elke werknemer aangespoord wordt tot generalisme.

Het risico van te grote leerkosten ligt in vele gevallen bij de klant. IT leveranciers hebben immers meer belang bij het ‘wegzetten’ van resources (oftwel factuurbaar houden van hun consultants) dan met het reduceren van de leereffecten voor de klant. Dat is zeker het geval bij Time&Material contracten maar ook bij Fixed Price contracten is de business value van het eindresultaat het kind van de rekening.

Projecten die ‘nieuwe technologieën’ implementeren zijn naar mijn ervaring en kunde gevoelig voor grote leercurve (ten koste van de klant). Voorbeelden uit mijn eigen ervaring zijn: Business intelligence, SOA, Sharepoint 2007.

Wat betreft de continuïteitsverwachting van de software .

Continuïteitsverwachting is de verwachting over de economische levensduur van het project. De levensduur van een systeem wordt verlengd door lage kosten voor software aanpassingen en stabiliteit in de kosten doorheen de tijd.


Langdurig gebruik van eenzelfde systeem vormt in de regel een solide basis voor positief rendement op de initiële investering.

Er is een duidelijke “trade off” tussen de initiële project kost en de levensduur van het systeem. (een systeem toekomstvast maken heeft ook zijn prijskaartje). De project kost weegt meestal zwaarder door in de keuze voor een IT leverancier dan de toekomstvastheid.


TIPS:


  • Zowel in het geval van pakket- als maat software heeft de klant belang bij een stabiele relatie met de leverancier.

  • Vraag als klant harde garanties voor tenminste 5 jaar actief onderhoud aan een afgesproken kost per eenheid werk en accepteer geen offerte waar de hoofdlijnen van de doorgroei naar de opvolgende pakketversie ontbreken.

  • Bereken als klant de Total Cost of Ownership (TCO) en kijk kritisch naar de onderhoudskosten en levensduur van het systeem.

Geen opmerkingen: